horibar

Drinkwaterplan

Drinkwaterplan 

Vlaams drinkwaterplan: impact voor industriële watergebruikers

Drinkwaterplan in detail: wat u als industriële watergebruiker moet weten

Het Vlaamse drinkwaterplan dat op 4 mei 2026 werd goedgekeurd, zal de komende jaren een aanzienlijke impact hebben op industriële watergebruikers. Onder de strategische intenties – schoner drinkwater, klimaatrobuustere bevoorrading – zit namelijk een pakket juridische instrumenten dat rechtstreeks zal raken aan onder meer lozingsvoorwaarden, monitoring en risicorapportering.

Drie instrumenten, één samenhangend kader

Het ‘drinkwaterplan’ is eigenlijk een pakket van 3 elkaar versterkende rechtsinstrumenten, elk met een specifieke rol:

 

  • Het Strategisch Plan Waterbevoorrading Openbare Drinkwatervoorziening 2026-2032 – goedgekeurd door de Vlaamse Regering op voorstel van minister van Omgeving & Landbouw Jo Brouns en opgesteld in samenwerking met de Vlaamse drinkwaterbedrijven – legt voor het eerst een geïntegreerde langetermijnstrategie vast voor de openbare drinkwatervoorziening.
  • Het Besluit van de Vlaamse Regering ‘Bescherming drinkwaterproductie’ geeft minister Brouns de bevoegdheid om gebiedsgerichte maatregelen op te leggen in onttrekkingsgebieden van oppervlaktewater.
  • De conceptnota ‘Lozing bedrijfsafvalwater in drinkwaterwingebieden’ vormt de basis voor een toekomstige wijziging van VLAREM (Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning). Hier zit de meest tastbare impact voor industriële spelers.

 

Dat laatste is zeker geen detail. Wanneer een conceptnota wordt vertaald naar VLAREM, verschuift het van beleidstaal naar afdwingbaar recht. Een traject om nauw op te volgen dus.

Wat verandert er voor bedrijven in drinkwatergebieden?

Wie in een onttrekkingsgebied van oppervlaktewater voor drinkwaterproductie opereert, krijgt een nieuwe inventarisatieplicht. U moet uw effluent – het gezuiverde afvalwater dat uw rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) na behandeling verlaat – analyseren op alle stoffen die boven de bepalings- of rapportagegrens uitkomen. Wat boven die grenzen wordt gedetecteerd, moet u rapporteren aan de Vlaamse overheid.

Naast de milieukwaliteitsnorm uit de Europese Kaderrichtlijn Water – het bestaande indelingscriterium – introduceert Vlaanderen ook een nieuw begrip: de milieurichtwaarde. Dat is een veiligheidswaarde die wordt vastgelegd voor stoffen die nog niet onder een officiële milieukwaliteitsnorm vallen. De logica is simpel:

  • Blijft de concentratie van de stof onder de milieurichtwaarde, dan is er in principe geen probleem.
  • Ligt de concentratie boven de milieurichtwaarde, dan moeten de voorwaarden van uw vergunning herbekeken worden.

Voor stoffen waarvoor er nog geen milieurichtwaarde is, starten VMM, VITO en de Vlaamse drinkwaterbedrijven een traject om die vast te leggen, samen met een gevalideerde meetmethode. Zodra die officieel beschikbaar is, hebben bedrijven 18 maanden om hun vergunning aan te passen als de concentratie boven de richtwaarde ligt.

Let op: 18 maanden lijkt comfortabel, maar in die periode ligt er een heleboel werk op de plank: u moet de stof identificeren, alternatieven zoeken, proceswijzigingen bekijken en mogelijk een zuiveringsoplossing ontwerpen, financieren en installeren. En dan moet u de vergunningsaanpassing nog rondkrijgen. Een klus die u kan klaren, maar enkel als u al een gestructureerde aanpak hebt klaarliggen op het moment dat de richtwaardes worden gepubliceerd.

Zes probleemstoffen met een concrete uitfaseringskalender

Het drinkwaterplan bevat verder een uitfasering van 6 prioritaire stoffen:

  • metaldehyde
  • bentazon
  • chlormequat chloride
  • clopyralid
  • moederstoffen van 1,2,4-triazool
  • PFAS-houdende pesticiden

 

Is er een kosteneffectief alternatief beschikbaar, dan wordt het gebruik van de stof in kwestie stapsgewijs verboden:

 

  • vanaf 2028 in oppervlaktewaterwingebieden
  • vanaf 2030 in alle drinkwaterwingebieden
  • vanaf 2032 in heel Vlaanderen

 

Voor PFAS-houdende pesticiden mikt Vlaanderen op een volledige uitfasering tegen 2036.

 

Voor toepassingen die geen kosteneffectief alternatief hebben, worden vanaf 2028 bufferzones ingesteld van 5 meter langs waterlopen in de oppervlaktewaterwingebieden waar de stof een probleem vormt.

 

Reageer ook hierop zo snel mogelijk. Stoffen die vandaag in de uitfaseringspijplijn zitten, zullen waarschijnlijk snel in een vergunningsherziening of een nieuwe milieurichtwaarde verschijnen. Anticiperen – alternatieven zoeken, dus – is de boodschap.

Kunt u buiten drinkwatergebied volledig achteroverleunen?

Niet helemaal. Ja, er zijn nog geen uitgebreide inventarisatie- en rapportageplichten, maar de milieurichtwaarden die worden vastgelegd voor bedrijven in drinkwatergebieden zullen geïntegreerd worden in het algemene vergunningenkader.

 

Vertaald: de strengere waarden die nu worden uitgewerkt voor de kritische zones, zullen via VLAREM doorsijpelen naar alle vergunningen. De vraag is niet óf die regels uw site zullen bereiken, maar wanneer.

PFAS-fonds: toekomstige kosten om rekening mee te houden

Het drinkwaterplan voorziet ook in de oprichting van een PFAS-fonds dat uiterlijk tegen 2029 operationeel zou moeten zijn. Via dat fonds zouden bedrijven en sectoren die aan de basis liggen van PFAS-verontreiniging mee instaan voor de financiering van bijkomende zuiveringskosten bij drinkwaterbedrijven en de bescherming van drinkwaterbronnen.

 

Voor industriële spelers met PFAS-gerelateerde processen is dit een nieuwe variabele in de TCO-berekening. Afwachten of het fonds er in 2029 zal zijn, maar u hebt een voorsprong als u nu al een gestructureerd zicht hebt op uw eigen PFAS-uitstoot.

Werk nu aan uw waterbeheer

De gemene deler van het hele drinkwaterplan is dat Vlaanderen sneller en gerichter zal ingrijpen, en dat de bron centraler komt te staan dan het eindproduct.

 

Voor industriële watergebruikers betekent dat een fundamentele herpositionering van waterbeheer: een compliance-oefening wordt een echt strategisch beslissingsdomein dat raakt aan uw vergunning, productontwikkeling, investeringscyclus en risicorapportering.

 

Enkele concrete vragen die u zich het best nu al stelt:

 

  • Welke stoffen bevat ons effluent? Welke daarvan zitten in de uitfaseringspijplijn of leunen aan tegen een toekomstige milieurichtwaarde?
  • Hoe gestructureerd is onze rapportering al en hoe kunnen we die optimaliseren?
  • Welke zuiveringstechnologie hebben we al en welke moeten we onderzoeken in functie van toekomstige verstrenging?
  • Hoe verminderen we onze afhankelijkheid van het openbare net via hergebruik en eigen winning?

 

Bij Azulatis vertalen we dit soort vragen dagelijks naar concrete trajecten – van een doorlichting van uw waterbalans tot het ontwerp en de exploitatie van complete zuiveringsketens.

 

Creëer nu een duidelijk zicht op uw watercyclus, zodat u in uw eigen tempo een toekomstbestendig waterbeheersysteem kan uitwerken. We helpen u graag.

 

Neem hier contact met ons op